De VN beslissing van november 1947 gaf aan Israël de controle
over Arabisch land en haar inwoners.
De Israëlische onafhankelijkheids verklaring op 14 mei 1948 bevatte
geen definitieve en duidelijke
omschrijving van haar grenzen. Tegen die tijd echter had de Yishuv
dan veel Arabieren uit hun huizen
en van hun land verdreven.
Arabische burgers werden verdreven en vluchtten uit hun steden en dorpen
in de gebieden die
door de VN aan Israël waren toegewezen. Vluchtelingen stromen
kwamen op gang ruim voor de Onafhankelijkheidsverklaring,
de meeste waren zelfs al weg voor die tijd
De Yishuv en later de staat Israël weigerde toen en weigert tot
op de dag van vandaag deze vluchtelingen
te laten terugkeren naar hun huizen en landerijen, een duidelijke
schending van de Haagse conventies.
De Haagse conventies omschrijven de burgerrechten en mensenrechten
in tijden van oorlog en
worden beschouwd als internationaal recht. Hoewel Israël deze
conventies nooit heeft ondertekend,
mag toch van haar verwacht worden dat ze zich, als alle andere beschaafde
staten, eraan zal houden.
Daarentegen echter probeert ze zich te rechtvaardigen door te
stellen dat men vrijwillig vertrok en dat de eigendommen, have en
goed zouden toevallen aan de regering.
Die praktijken zijn inderdaad pijnlijk duidelijk naar voren gekomen.
Andere argumenten baseren zich op religieuze gronden, het land zou
wegens
Goddelijk recht toekomen aan joden.
Indien Israël beweert dat de mensen vluchtten op advies van omliggende
Arabische regeringen,
dan zijn daar een aantal kantekeningen bij te plaatsen:
1 De BBC heeft dergelijke oproepen in radio uitzendingen niet opgevangen,
terwijl de BBC ook in het Midden-Oosten toen toon aangevend was
2 Israël kan al evenmin dergelijke oproepen overleggen op tape,
ondanks herhaalde verzoeken hiertoe
3 De Syrische radio heeft destijds opgeroepen aan de mensen om thuis
te blijven en niet weg te gaan, deze oproepen zijn wel vastgelegd door
zowel de BBC als de Syrische omroep,
4 Tijdens de terugtocht van Arabische legereenheden vluchtten velen
met hen mee omdat ze van bescherming kregen, al of niet op advies van lokale
Arabische leiders, zoals in Haifa gebeurd is.
Na het drama van Deir Yassin, waarbij veel dorpelingen het leven lieten,
hadden de Arabieren
weinig illusies over het Israëlisch leger. Daarnaast wekten
sommige publicaties van het leger,
van een zekere legerrabbijn Avraham Avidas angst op bij de Arabische
bewoners. In die publicaties
werd gesteld dat het geoorloofd was om burgers te doden als die op
enige wijze
een bedreiging konden vormen voor het Israëlische leger.
Die rechtvaardingen zouden gestaafd worden door de Babylonische Talmoed
waarin volgens de opinie van Tosefot het 'Halachisch gerechtvaardigd
was om
mensen te doden als ze een bedreiging zouden kunnen vormen'
De Israëlische historicus Arieh Yitzhaki heeft na langdurig onderzoek
een aantal gevallen gepubliceerd
(The Journal of Palestine Studies, Vol. 1, n.4, summer !972, p.144,
citing Yediot Aharanot, 4-4-1972)
Waaruit blijkt dat een dergelijke politiek ook gevolgd kan zijn. De
Palmach, Stern en Irgun groepen
hebben zich schuldig gemaakt aan doodslag op onbewapende
burgers, vrouwen en kinderen, bij Deir Yassin.
Een nachtelijke aanval op het dorp Balad el-Sheik kostte rond de 60
mensen het leven,
voor het overgrote deel ongewapende burgers. Z werden in de nacht van
14op 15 februari 1948 20 huizen
opgeblazen in het dorp Sa'sa. Door deze actie van de 3e Palmach bataljon
kwamen vele vrouwen en kinderen
om.
Op 21 mei 1948 was Al-Ghabishiya aan de beurt, dorpelingen werdenhun
huizen uit gebombardeerd.
Volgens ooggetuigen verslagen van o.a. Hussein Shehada
(Zie: Nafz Nazzal, "The Zionist Occupation of Western Galilee, 1948",
pp.71f.,
based on an interview on 2.23.1973 with Hussein Shehada, a resident
of the village
at the time of the attack, Journal of Palestine Studies, Vol. 3, n.
3, spring 1974, P. 58),
werden velen op de vlucht gedood en gewond.
Op 12 juli van dat jaar kwamen 250 mensen om in Lydda toen Israëlisch
militairen hun huizen binnenstormden
en schoten op alles wat bewoog. Een Israëlisch legercommandant
heeft dat ook toegegeven.
In oktober van dat jaar werden in het Libanese grensdorpje Hula tussen
de 50 en 70 mensen bijeengedreven
en gedood in de moskee. Die werd vervolgens opgeblazen. Een vergelijkbaar
incident vond plaats bij Hebron,
in El-Dawayimeh waar nog eens honderden, meest ouderen het leven
lieten. In Ain al-Zeitouneh en
Al Bina gebeurde hetzelfde.